Inleiding
In 2006 is er in de SPW/BGE-4-opleiding onderzoek gedaan naar competenties ervaringsdeskundigheid en een geschikt begeleidingsprogramma voor studenten BGE om deze competenties te verwerven. Werken met ervaringsdeskundigheid in de GGz is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt. De opleiding BGE richt zich op de nieuwe tendens van het inzetten van begeleiders met ervaringsdeskundigheid. De vraag uit het werkveld neemt toe naar ervaringsdeskundige begeleiders en deze tendens is ook zichtbaar in een stroom van nieuwe publicaties over het onderwerp in vaktijdschriften en op Internet.
Onderzoeksmodel en onderzoekspartners
Om een innovatief begeleidingsaanbod te ontwerpen is het onderzoek via de methode van het exemplarische handelingsonderzoek uitgevoerd. In dit type onderzoek ligt het focus op de dialoog met onderzoekspartners. De uitkomsten uit die gesprekken worden telkens teruggekoppeld om tot wederzijdse adequaatheid te komen. Dit onderzoek gaat uit van een subject/subject benadering en dat maakt het mogelijk om als opleider/supervisor ook de rol te nemen van onderzoeker. De studenten en het opleidingsteam zijn betrokken als onderzoekspartners in het onderzoek. Omdat het begeleidingsaanbod ook gericht is op de beroepsuitoefening zijn organisaties uit de GGz belanghebbend en mede onderzoekspartner in het onderzoek. Een kritische cliëntenbeweging houdt zich bezig met ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid, zij zijn als externe experts ook belanghebbend en uitgenodigd om als onderzoekspartners mee te denken over de onderzoeksvraagstelling.
Kernvragen in het onderzoek:
Welke omschrijving van de competenties ervaringsdeskundigheid voldoet aan de reële beroepspraktijk?
Welk begeleidingsaanbod in de SPW/BGE 4 bevordert het verwerven van begeleidercompetenties ervaringsdeskundigheid?
De ervaringen die ten grondslag liggen aan genoemde ervaringsdeskundigheid zijn opgedaan als cliënt in de GGz. De vraagstelling is geplaatst in de context van de onderwijsorganisatie OC WSC, van betrokken GGz – organisaties en in het perspectief van ontwikkelingen geformuleerd door Cliëntenorganisaties in de GGz.
Initiële vragen in het onderzoek zijn:
• Hoe om te gaan met kracht en kwetsbaarheid rond ervaringsdeskundigheid? Welke voorbereiding in de opleiding is nodig om ervaringsdeskundigheid te hanteren? In hoeverre is zelfonthulling relevant naar cliënten, collega’s, organisaties en wat is de betekenis daarvan voor de ervaringsdeskundige begeleider zelf?
• Welk aspect van ervaringsdeskundigheid is daarin van belang? Belevingskennis herkenbaar aan inlevingsvermogen, houding, talige overdraagbare kennis, de functie van rolmodel?
• Welk beleid in organisaties is van belang om goede werkcondities te scheppen voor ervaringsdeskundige begeleiders en wat kan de opleiding daar mogelijk in betekenen?
• Welke dilemma’s worden herkend in de positionering in team en organisatie GGz van een ervaringsdeskundige begeleider en wat kan de opleiding daarin betekenen?
• Welke verwachtingen leven er in de praktijk m.b.t. het inzetten van ervaringsdeskundige begeleiders?
Uitkomsten uit het onderzoek
Tijdens het onderzoek komt complexiteit en diversiteit naar voren met betrekking tot ervaringsdeskundigheid en de onderwerpen die daar mee verbonden zijn. Het begeleidingsaanbod moet voldoen aan deze complexiteit en diversiteit. De onderwerpen die herhaaldelijk genoemd worden in het onderzoek rond het ontwikkelen van ervaringsdeskundigheid zijn: leren en reflecteren in supervisie en intervisie, ervaringen in de context van het levensverhaal, empowerment en diversiteit, bejegening, werkcondities en dilemma’s rond positionering in organisaties. Een begeleidingsaanbod is inclusief deze onderwerpen.
Studenten moeten ruimte krijgen om het eigen ervaringsverhaal te onderzoeken, te verdiepen en verbreden. Ervaringsdeskundigheid ontstaat door verwerken, reflecteren, onderzoeken en systematiseren van ervaringen en deze met anderen te delen. De uitkomsten kunnen zich dan ontwikkelen tot een brede collectieve ervaringsdeskundigheid met een empowerende uitstraling.
In het begeleidingsaanbod moet daar ruimte voor zijn en expertise in het opleidingsteam. Reflecteren op je ervaringen doe je in de context van levensloop en levensverhaal, zo kun je greep krijgen op je verhaal. De meerwaarde van ervaringsdeskundigheid voor de GGz – organisatie is dat intuïtieve en stille kennis beschikbaar wordt. De GGz- organisatie kan ruimte bieden aan diversiteit zodanig dat iedereen in principe gelijk is en tegelijkertijd anders is en andere competenties heeft die samen een veelzijdigheid vormen.
Ervaringsdeskundige begeleiders brengen hun eigen extra expertise mee zoals anderen hun eigenheid. Een GGz – organisatie die begeleiders met ervaringsdeskundigheid betrekt laat ook zien dat er vertrouwen is in de eigen doelgroep en dat ze sociale uitsluiting tegengaat. In het begeleidingsaanbod moet ook aandacht zijn voor positionering van de begeleider met ervaringsdeskundigheid zodat zij zich voorbereid weten, kunnen onderhandelen op de werkplek over voor hen relevante werkcondities.
Onderzoeksrapportage
In het onderzoeksverslag zijn uitspraken opgenomen van diverse onderzoekspartners. Zowel studenten en oud-studenten als medewerkers uit diverse lagen in GGz -organisaties hebben meegepraat over wat zij belangrijk vinden in competenties en begeleidingsprogramma rond ervaringsdeskundigheid. Daarnaast hebben vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties ook hun perspectief laten horen. Verder worden achtergronden voor de positie van ervaringsdeskundige begeleider in de organisatie aangegeven. Aspecten als beeldvorming en cultuur worden daarbij toegelicht.
Door het onderzoek is bevestigd dat de functie van ervaringsdeskundig begeleider als rolmodel een empowerende werking heeft en als een tegengif werkt in de stigmatisering van mensen met een psychische aandoening.
Marjo Boer,
Onderzoeker/opleider/supervisor SPW/BGE 4
 |